Complexe vraagstukken in de fysieke leefomgeving vragen om een andere aanpak en daarmee ook om een andere beheersing. Integraal, adaptief, met ruimte voor mens, proces en inhoud. De transitie van projectbeheersing naar programmabeheersing kan hierbij helpen, maar hoe pak je dat aan?
De recente verkiezingsuitslag laat duidelijk zien: kiezers hebben het over de woningcrisis, de energietransitie en het klimaat. Nu de coalitiebesprekingen zijn afgerond, ligt er een enorme puzzel voor ruimtelijke ordening op tafel. De woningnood is nijpend — met ongeveer 400.000 woningen te kort volgens recente schattingen.
Tegelijkertijd staat Nederland voor klimaataanpakken van formaat: de energietransitie móet worden versneld en de nieuwe Kamer heeft zich duidelijk uitgesproken voor het vasthouden en zelfs aanscherpen van klimaat- en energieambities. Ons kabinet werkt daarom aan een nieuwe Nota Ruimte. Hierin worden strategische keuzes gemaakt ten behoeve van de inrichting van Nederland tot 2050, met oog voor woningbouw, infrastructuur, energie en natuur.
De opgaven waar gemeenten en provincies voor staan, grijpen steeds sterker in elkaar. Met de nieuwe omgevingswet is al een stap gemaakt in een integrale benadering. Wetgeving is gebundeld, waardoor een integrale benadering mogelijk wordt vereist. Alle aspecten van een ruimtelijke ontwikkeling worden in samenhang bekeken.
Organisaties in Nederland hebben dus steeds vaker te maken met complexere, strategische vraagstukken. De gevraagde doelen, zijn niet in 1 project te vangen. Denk aan de nationale programma’s zoals Programma Ruimte voor de rivieren of het Nationaal Plan Energiesysteem. Maar ook gemeentelijke programma’s zoals herinrichtingen en groot onderhoud Voorhof en Buitenhof in de gemeente Delft, of Kanaleneiland bij de gemeente Utrecht.
De stap naar een programmatische aanpak is logisch. Programma's bieden samenhang, overzicht en integratie voor meerdere projecten en activiteiten die samen een groter, waardevol resultaat moeten opleveren, zoals de energietransitie. Daar waar het project meestal één specifiek resultaat heeft, kan een programma sturen op meerdere, onderling afhankelijke projecten, zodat een overkoepelend strategisch doel wordt gerealiseerd. Daarnaast kan binnen een programma gebruikt gemaakt worden van het lerende effect van de individuele programma-onderdelen.
Doordat opgaven meer in elkaar grijpen, verschuift de focus van het managen en beheersen van losse projecten naar het beheersen van samenhangende programmatische opgaven. Momenteel komt het nog regelmatig voor dat er niet of nauwelijks aan programmabeheersing wordt gedaan. En als dit al wel is ingericht, zie je vaak dat er beheersing plaatsvindt op de losse onderdelen binnen het programma.
De overkoepelende beheersing, waarbij de beheersing bijdraagt aan de integrale adaptieve aanpak, ontbreekt. De transitie van projectbeheersing naar programmabeheersing is onderbelicht. Programmabeheersing in de fysieke leefomgeving en ruimtelijke ordening vraagt daarom om een integrale, adaptieve aanpak en omhelst meer dan projecten met dezelfde scope bij elkaar zetten, Maar hoe doe je dit dan?
Wanneer programmabeheersing goed is ingericht en wordt uitgevoerd, creëer je niet alleen grip op complexe ruimtelijke opgaven, maar wordt ook het vertrouwen in elkaar, de stabiliteit van het programma EN van het team, en daarmee het resultaat verbeterd.
Vanuit Flow Civiel zien we dat programmabeheersing pas echt waardevol wordt wanneer mensen, teams en partners met elkaar verbonden worden. Waar het proces helder en in gezamenlijkheid is vormgegeven, waar duidelijkheid is over de inhoud en de scope van het programma, en waar iedereen er samen voor wil gaan. Het gaat om het creëren van een gedeeld verhaal: waarom doen we dit, wat willen we veranderen en hoe leveren we samen resultaat? Door dat verhaal consistent te voeden met feiten, voortgang en perspectief ontstaat er energie, duidelijkheid en handelingsruimte.
De daadwerkelijke winst van effectieve programmabeheersing is het in beweging brengen van organisaties. Door samenwerkingsstructuren te verhelderen, besluitvorming te stroomlijnen en professionals eigenaarschap te geven, ontstaat een flow, waarin organisatie, bestuur en samenleving elkaar versterken. Zo groeit programmabeheersing uit tot een katalysator voor verandering – een manier om visie daadwerkelijk om te zetten in realisatie binnen een fysieke leefomgeving die voortdurend in ontwikkeling is.
.png)